<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	>

<channel>
	<title>Deventer Literair</title>
	<atom:link href="http://www.deventerliterair.nl/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.deventerliterair.nl</link>
	<description></description>
	<pubDate>Mon, 30 Aug 2010 13:01:19 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.7.1</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Vergetelheid (1)</title>
		<link>http://www.deventerliterair.nl/?p=654</link>
		<comments>http://www.deventerliterair.nl/?p=654#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 30 Aug 2010 13:00:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marja Kroef</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Snippers (Jos Paardekooper)]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deventerliterair.nl/?p=654</guid>
		<description><![CDATA[‘Wel menigmaal zei de melkboer
Des morgens tot haar meid:
“De stoep is weer nat.” Och, hij wist niet,
Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.

Nu, dat hij en de meid het niet wisten,
Dat was minder; &#8212; maar dat zij
Er hoegenaamd niets van vermoedde,
Dat was wel hard voor mij.’

Hier scheiden wellicht al onze wegen. Wie geen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>‘Wel menigmaal zei de melkboer<br />
Des morgens tot haar meid:<br />
“De stoep is weer nat.” Och, hij wist niet,<br />
Dat er ’s nachts op die stoep was geschreid.<br />
<BR><br />
Nu, dat hij en de meid het niet wisten,<br />
Dat was minder; &#8212; maar dat zij<br />
Er hoegenaamd niets van vermoedde,<br />
Dat was wel hard voor mij.’<br />
<BR><br />
Hier scheiden wellicht al onze wegen. Wie geen traan kan wegpinken of op z’n minst een glimlach kan produceren bij bovenstaand gedichtje, een van de zogenaamde ‘Immortellen’ van de dominee-dichter François HaverSchmidt, of juister: van de geheimzinnige dichter Piet Paaltjens, die hoeft nu niet verder te lezen, en trouwens ook niet de komende weken.<br />
<BR><br />
Welnu. HaverSchmidt, geboren in Leeuwarden in 1835, studeerde tussen 1852 en 1855 theologie in Leiden. Hij nam met hart en ziel deel aan het studentenleven, getuige het feit dat hij zo’n beetje alle officiële functies in het corps bekleed heeft die er in die jaren te vergeven waren. Intussen creëerde hij voor zichzelf een melancholiek alter ego, in de persoon van Piet Paaltjens Zogenaamd door bemiddeling van HaverSchmidt verschenen van deze Paaltjens even droevige als vermakelijke versjes in de Leidse Studentenalmanak. Totdat HaverSchmidts studententijd er op zat, en Paaltjens, die intussen op mysterieuze wijze was verdwenen tussen twee sociëteitsbiljarts, ook bleek te zijn uitgedicht. Jaren later, toen HaverSchmidt al lang het domineesambt uitoefende, werd een aantal van deze gedichten opgenomen in een poëziebundel, samengesteld door Johannes van Vloten, die als een negentiende-eeuwse Gerrit Komrij een fijne neus had voor kwaliteit, ook al betrof het dan ‘light verse’. Kort daarna verschenen ze in een aparte bundel, onder de titel <em>Snikken en grimlachjes</em>. Dankzij deze bundel geniet HaverSchmidt nog altijd een zekere faam in onze literatuur, en is ook Piet Paaltjens aan de vergetelheid ontrukt.<br />
Om redenen die ik zelf ook niet precies weet, heb ik in mijn eigen studietijd, in datzelfde Leiden, altijd een zwak gekoesterd voor de figuur van HaverSchmidt. En dan niet alleen voor zijn Piet Paaltjens-versjes, hoewel ik die buitengewoon vermakelijk vond en nog vind, maar ook om de verhalen die hij toen hij eenmaal de studietijd achter zich had gelaten is gaan schrijven, publiceren en ook in den lande is gaan voordragen. En vanwege zijn preken, al herinner ik me dat ik daar destijds nog niet veel aandacht voor had. Een aantal malen heb ik in ieder geval urenlang in een speciale zaal van de Universiteitsbibliotheek, toen nog op het Rapenburg gevestigd, mogen doorbengen. Om mij heen een stapel zwarte – meen ik &#8212; dozen met daarin de nagelaten werken van HaverSchmidt, die men op speciaal verzoek mocht inzien. Voor de allereerste keer heb ik toen de sensatie geproefd van het in handen houden van papier dat meer dan een eeuw eerder is beschreven door een echte kunstenaar. Geen computer zal die sensatie ooit kunnen teweegbrengen. Intussen hebben veel anderen diezelfde dozen mogen uitpakken, en is veel, zij het nog steeds niet alles, van HaverSchmidts nalatenschap gepubliceerd. Met name van zijn preken is maar een klein gedeelte in druk verschenen, al is het de vraag of het ook echt de moeite zou lonen ze allemaal uit te geven. Ook in zijn proza is HaverSchmidt vooral ‘sympathiek’, alleen bij vlagen meer dan dat.<br />
Hoe dan ook, er bestaat een sympathieke bloemlezing door een drs. J.J. Borger, die niet alleen een kleine keus uit de gedichten van Piet Paaltjens bevat, maar ook een aantal verhalen uit de bundel <em>Familie en kennissen</em> die HaverSchmidt in 1876 publiceerde, ditmaal gewoon onder eigen naam, want het betrof ook niet de fictieve herinneringen van Piet Paaltjens.<br />
Plus een paar van zijn preken. Een daarvan, getiteld ‘Vergeten worden’, heeft me altijd bijzonder getroffen. Een kind in gesprek met zijn grootvader, die dominee is. Het gesprek komt op de wapenschilden en de grafstenen in de kerk waar grootvader preekt. Zelfs hij weet van de meeste borden en graven niet precies te vertellen om wie het gaat. Tsja, de meeste mensen, ook die in hun tijd een beroemde held waren, raken in de vergetelheid, en komen in het vergeetboek terecht. Ook de goede mensen? Ja, ook de goeden. Het kind kan het niet geloven. Ook grootvader zal dus eens, als al diegenen die hem hebben gekend, zijn heengegaan, in dat vergeetboek terechtkomen – niemand die dan meer weet wat voor nobel mens hij was. En ook hijzelf … ‘Enerlei weervaart de rechtvaardige én de goddeloze’, citeert grootvader uit Prediker. Zo is het, ons allen hangt hetzelfde lot boven het hoofd eens in de vergetelheid te geraken, een hoge uitzondering daargelaten. Uitzondering? Getuigt het niet van ijdelheid, om een spoor na te willen laten ‘in de zandzoom van de tijd’? Er zijn er die zelfs grote kunstwerken vernietigen of oorlogen voeren, om maar in de geschiedenisboeken terecht te komen. Zelfbehagen, roemzucht, anders is het niet. ‘Al was hij bij leven een Leeuw: als hij gestorven is, dán is zelfs een hond, mits levend, er beter aan toe.’<br />
Maar er is een troost, zo eindigt het verhaal, waarbij HaverSchmidt de vertellersrol overneemt. En dat is dat het wezenlijke in ons, het schone en het goede, tóch ergens bewaard blijft. Dat immers staat geschreven ‘in het gedenkboek dat voor Gods aangezicht is.’ Het is niet helemaal duidelijk of het kind dat wel voldoende genoegdoening zou vinden. Het is zelfs de vraag of HaverSchmidt zelf het helemaal geloofde. Zo ja, dan scheiden hier alsnog onze wegen.<br />
<BR><br />
29 aug. 2010</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deventerliterair.nl/?feed=rss2&amp;p=654</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Waarom</title>
		<link>http://www.deventerliterair.nl/?p=651</link>
		<comments>http://www.deventerliterair.nl/?p=651#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 22 Aug 2010 12:31:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marja Kroef</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Snippers (Jos Paardekooper)]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deventerliterair.nl/?p=651</guid>
		<description><![CDATA[Hij kan zomaar ineens opduiken, de waarom-vraag. Hij overviel me, toeval of niet, zowel aan het begin als aan het eind van mijn zomervakantie. Het begon op een terras in een lieflijk Duits plaatsje waarvan ik de naam al weer ben vergeten, het was in ieder geval in de buurt van Kassel, beroemd van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Hij kan zomaar ineens opduiken, de waarom-vraag. Hij overviel me, toeval of niet, zowel aan het begin als aan het eind van mijn zomervakantie. Het begon op een terras in een lieflijk Duits plaatsje waarvan ik de naam al weer ben vergeten, het was in ieder geval in de buurt van Kassel, beroemd van de Dokumenta-tentoonstellingen. Maar die waren er dit jaar niet, en dan valt er in Kassel zelf niet zo heel veel te beleven. Vooral niet als dan ook nog eens vrijwel alle musea gesloten zijn, zelfs al stond er op de onderscheiden voordeuren aangegeven dat ze wel degelijk geopend waren.<span id="more-651"></span></p>
<p>Natuurlijk schiet er dan ‘waarom?&#8217; door je heen, maar dat was niet de situatie die ik nu bedoel. Die kwam pas in dat lieflijke plaatsje, dat trouwens Münden heet, nu herinner ik het me ineens weer. De plaats schijnt al eeuwen beroemd te zijn vanwege de wonderbare gaven van een zeventiende-eeuwse chirurgijn, een zekere dokter Eisenbart, die in de loop der eeuwen mythische vormen hebben aangenomen. Maar we bevinden ons dan ook middenin het gebied waar de gebroeders Grimm hun beroemde sprookjes hebben opgetekend. Zo goed als alle kwalen kon dokter Eisenbart verhelpen: de lammen kon hij weer laten zien, de doven kwamen kwiek wandelend weer uit zijn behandelkamer, en de blinden bleken warempel ineens weer te kunnen horen. Een voorloper van dokter Vogel dus. Nu wordt hij vooral geraadpleegd door de toeristen, die hij in het hoogseizoen een paar keer per dag in een speciaal kamertje in het stadhuis ontvangt.<br />
Zoals veel stadjes en dorpjes in de omgeving van Kassel staat Münden stikvol vakwerkhuizen, en in tegenstelling tot Kassel zelf lijken al deze plaatsjes geheel ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog te zijn gerold, althans wat architectuur betreft. Het was aangenaam weer, er heerste een gemoedelijke drukte, Deventer op een zomerse zaterdag tijdens een brocante-markt, zoiets. Mijn reisgenoot en ik waren op het stadsplein, recht tegenover het renaissance-Rathaus neergestreken, waar later die dag dokter Eisenbart consult zou houden. Om ons heen allerlei kraampjes waar kersen verkocht werden, want ook daarom staat Münden bekend. Naast ons streek een ouder echtpaar neer, waarvan de vrouw gezegend was met een gezicht dat door de jaren heen geplooid was door grimmigheid. Misschien waren haar in haar jeugd wel teveel kwade sprookjes voorgelezen. Ze tuurde langdurig misprijzend op de spijskaart, en bestelde iets waarvan zelfs ik kon voorspellen dat dat in ieder geval niet in deze Konditorei verkrijgbaar zou zijn, ik weet niet meer wat, maar het was opgelegd pandoer, zogezegd. ‘Dat hebben we helaas niet&#8217;, verontschuldigde de serveerster zich, en toen kwam die vraag. ‘Warum nicht?&#8217; Uiteindelijk bestelde ze dan maar een kop koffie. Haar man had wel trekken van de hulpeloze echtgenoot van Hyacinth Bucket uit Keeping up appearance. Om ons heen zag je mensen aan andere tafeltjes denken: ‘Hoe lang nog?&#8217;</p>
<p>Het contrast kan niet groter zijn, maar toch moest ik de afgelopen week geregeld aan die verongelijkte kop terugdenken. Daar begint alle ellende, leek het. Gisterenavond voltooide ik de lezing van ‘een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog&#8217;, zoals de titel bescheiden luidt. De auteur is Koen Koch, die zich, gezien eerdere boeken over de slagvelden aan de Somme en rondom Ieper tot een specialist op het gebied van de Eerste Wereldoorlog aan het ontwikkelen is. Ik dacht al aardig thuis te zijn in deze materie, maar werd op bijna iedere bladzijde toch weer overrompeld door alle arrogantie, incompetentie, halsstarrigheid, grootheidswaan, moedwil en misverstanden van de politieke en militaire leiders, en tussen deze machthebbers onderling. Geen oorlog ontstaat bij toeval, zelfs niet uit noodzaak - de aanleiding ligt altijd bij mensen, en wel bij de leiders. Maar scherper dan ooit tevoren wordt de lezer gewaar dat een oorlogsmachine die eenmaal in gang is gezet, niet meer is te stoppen, niet alleen omdat dat een eigenschap van machines is, maar ook omdat anders de waarom-vraag opdoemt. Het is, hoewel de schaal waarop er met met mensenlevens gesmeten wordt in de afgelopen eeuw aanzienlijk is verminderd, nog altijd diezelfde vraag: Irak, Afganistan, van ophouden kan geen sprake zijn, want dan zouden alle slachtoffers die er de afgelopen decennia zijn gevallen ‘voor niets&#8217; zijn geweest. En dus gaan we door, met nog meer rampspoed en weer meer reden om daarna weer door te gaan. Op het ‘waarom&#8217; van die waanzin bestaat geen antwoord, alleen maar de vraag. Koch kon zijn boek dan ook niet treffender eindigen dan met de slotregels van het befaamde gedicht van Thomas Hardy, ‘And there was a great calm&#8217;. Hier komen ze:</p>
<p>Calm fell. From Heaven distilled a clemency;<br />
There was peace on earth, and silence in the sky;<br />
Some could, some could not, shake off misery:<br />
The Sinister Spirit sneered: ‘It had to be!&#8217;<br />
And again the Spirit of Pity whispered, ‘Why?&#8217;</p>
<p>22 aug. 2010</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deventerliterair.nl/?feed=rss2&amp;p=651</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Utopisch denken</title>
		<link>http://www.deventerliterair.nl/?p=636</link>
		<comments>http://www.deventerliterair.nl/?p=636#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Aug 2010 12:40:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marja Kroef</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Snippers (Jos Paardekooper)]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deventerliterair.nl/?p=636</guid>
		<description><![CDATA[‘Wat let je’, zegt mijn buurman als we komen te spreken over de wereldtentoonstelling in Sjanghai. ‘Een retourtje voor nog geen tweeduizend euro.’ Geen geld, als je bedenkt dat je daarvoor de hele wereld in een notendop te zien krijgt, en ook nog eens de Nieuwe Wereld in levende lijve kunt aanschouwen. Een andere buurman [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><!--[endif]--><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;">‘Wat let je’, zegt mijn buurman als we komen te spreken over de wereldtentoonstelling in Sjanghai. ‘Een retourtje voor nog geen tweeduizend euro.’ Geen geld, als je bedenkt dat je daarvoor de hele wereld in een notendop te zien krijgt, en ook nog eens de Nieuwe Wereld in levende lijve kunt aanschouwen. Een andere buurman van me heeft al sinds jaren een appartement in Sjanghai, dus met wat naoberschap komen er wellicht geen verblijfskosten meer bij. Maar helaas, dat reisje gaat mijn budget toch een beetje te boven. Ik hou het ook deze zomer dus maar weer bij een eenvoudig verblijf in Droomland. Dat grenst aan mijn achtertuin, en dat drukt de kosten aanzienlijk.</span></p>
<p><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;"><span id="more-636"></span></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;">Wat niet wegneemt dat het fenomeen ‘wereldtentoonstellingen’ me blijft prikkelen. Dat komt, denk ik, omdat het deel uitmaakt van het utopisch denken. En omdat anno 2010 meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad woont, is het centrale thema dit keer: ‘better city, better life’. Een motto dat niet helemaal van sarcasme gespeend is, in ieder geval voor het grootste deel van de stadsbewoners in China zelf, dat in een golfplaten hutje woont. Nou ja, het is nog waar ook; veel slechter kan het voor hen niet meer worden, dus vooruit, hopen op een ‘better life’. Voor ons eigen land is dat betere leven gevisualiseerd in de zogenaamde ‘Happy Street’, waarin de bezoekers in Sjanghai een draaiorgel te zien krijgen, DJ Tiësto, een nieuwe tulpenvariëteit (de ‘Zeeschat’) en Nijntje, die in China Niffy heet. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;">Natuurlijk is het geen toeval dat de World Expo dit jaar aan Sjanghai is toegevallen, amper een jaar na de Olympische Spelen in Beijing (voorheen Peking). Hier ligt het nieuwe centrum van de wereld, en voor zo ver dat nog niet tot de oude wereld was doorgedrongen, weten we dat bij dezen. Zo ging het anderhalve eeuw geleden ook, toen de Columbian World Exposition in Chicago in 1893, vier jaar na de wereldtentoonstelling in Parijs, een statement ten gunste van de States was. Toen gold Amerika als ‘de nieuwe wereld, zoals Antonin Dvorak zijn negende symfonie uit 1893 dan ook doopte, toen hij een bezoek had gebracht aan onder meer Chicago. Eind negentiende eeuw was het het land van Buffalo Bill en van Julia Ward Howe (de componiste van de ‘Battle Hymn of the Republic’), dat op nauwelijks subtiele wijze zijn superioriteit tegenover het oude, vermoeide Europa liet zien. De naam van Buffalo Bill als de belichaming van de onverschrokken Yankie-bink is sinds en zelfs dankzij ‘Chicago’ over de hele wereld gevestigd. De organisatoren vonden zijn verschijning nu net iets te vulgair om hem een officieel plaatsje op het tentoonstellingsterrein te gunnen. En dus sloeg hij met een troep onvervalste Indianen zijn tenten vlak voor de ingang op. Aangezien zijn entreegeld een schijntje was van dat van de echte tentoonstelling, schijnt hij met zijn populaire show vele duizende potentiële bezoekers van de ‘white city’ te hebben afgesnoept. Wie zei er dat guerillareclame van onze tijd is?</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;">Tweehonderdtwintig gebouwen stonden er destijds op het tentoonstellingsterrein in Chicago. Ze waren ontworpen door een groep van architecten die - in ieder geval voor de buitenwereld - in grote harmonie in recordtijd een ideale stad bouwden. Dat van al die bouwsels al snel na de tentoonstelling niets meer over was - de meeste vielen ten prooi aan de in dat gebied beruchte stormen én aan moedwillige brandstichting - laat onverlet dat er vanuit die eendrachtige bouw een ‘City Beautiful beweging’ ontstond, die een krachtige impuls heeft gegeven aan het geloof in het wonen in een stedelijke agglomeratie.</span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;">En dat miljoenen Chinezen, die dit jaar de Hollandse ‘Happy Street’ bezoeken, ons nog decennialang zullen associëren met draaiorgels en Nijntjes, ach: in 1893 presenteerde het toen jonge Duitsland zich in Chicago met een gigantisch stalen kanon van het merk Krupp. We leven al een ‘better life’, zo bezien. </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;"> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: &quot;Times New Roman&quot;;">15 augustus 2010</span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deventerliterair.nl/?feed=rss2&amp;p=636</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>De fantasie van Marten Toonder</title>
		<link>http://www.deventerliterair.nl/?p=634</link>
		<comments>http://www.deventerliterair.nl/?p=634#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 14 Aug 2010 10:16:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marja Kroef</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Nieuwsbrieven]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deventerliterair.nl/?p=634</guid>
		<description><![CDATA[Beste leesliefhebbers,
Op zondag 12 september presenteren wij u een wel heel bijzonder programma, met Robert Godthelp, over De Fantasie van Marten Toonder. Daarbij past een nostalgische sfeer zoals we die treffen in de Salon, aan het Grote Kerkhof nummer 1. We beginnen om 15.00 uur.
 
Robert Godthelp is oud-leraar Nederlands, Deventenaar èn bovenal groot Bommelkenner. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal">Beste leesliefhebbers,</p>
<p class="MsoNormal">Op zondag 12 september presenteren wij u een wel heel bijzonder programma, met Robert Godthelp, over <em>De Fantasie van Marten Toonder</em>. Daarbij past een nostalgische sfeer zoals we die treffen in de Salon, aan het Grote Kerkhof nummer 1. We beginnen om 15.00 uur.</p>
<p class="MsoNormal"><strong> </strong></p>
<p class="MsoNormal">Robert Godthelp is oud-leraar Nederlands, Deventenaar èn bovenal groot Bommelkenner. Hij heeft meerdere publicaties over Bommel op zijn naam staan, de laatste verscheen in 2009 ‘Enkele bomen uit het Bommelbos’.</p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-size: 11pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal">De schepper van Bommel, Marten Toonder, woonde zijn laatste levensjaren in Ierland, het land van dwergen en geesten. Hij schiep naast Heer Bommel, Tom Poes en bediende Joost figuren als professor Prlwytzkofski, juffrouw Doddel, burgemeester Dickerdack en markies De Cantecler. Maar bovenal schiep Toonder taal in zijn maatschappijkritische sprookjes, met uitdrukkingen als ‘denkraam’<em>,‘</em>als u begrijpt wat ik bedoel’, ‘een heer van stand’, ‘een eenvoudige doch voedzame maaltijd’ en ‘geld speelt geen rol’. De verhalen van Toonder leverden prachtige uitspraken op zoals die van heer Bommel: <em>Het leven heeft mij geleerd dat men altijd eenzaam is wanneer onrecht bestreden moet worden. Het enige wat men nodig heeft is een sterke vuist en een onbevreesd gemoed.</em></p>
<p class="MsoNormal"><em><span style="font-size: 11pt;"> </span></em></p>
<p class="MsoNormal">Rob Godthelp neemt u op zondag 12 september bij de hand met een wandeling door de wondere wereld van Marten Toonder, met zijn sfeervolle sprookjes, zijn betrokkenheid bij mens en maatschappij en bovenal zijn prachtige taalscheppingen, zoals de waarschuwing van Joost aan u, als verstokt lezerspubliek:</p>
<p class="MsoNormal" style="margin-left: 35.4pt;">
<p class="MsoNormal" style="margin-left: 35.4pt;"><em>Men moet oppassen, want door veel te lezen kan men gemakkelijk het verstand kwijtraken, als ik zo vrijmoedig mag wezen.</em></p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">Antiquariaat &#8216;De Kameleon&#8217; zorgt voor een collectie &#8216;Bommelaria&#8217;, boekhandel Praamstra voor de laatste uitgave van Godthelp. <span style="font-family: Arial;"><span> </span></span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="font-family: Arial;"> </span></p>
<p class="MsoNormal">De toegang is gratis voor leden, introducés betalen €5, niet-leden €10. Na afloop is <span>er een signeersessie </span>en kunt u weer gezellig napraten onder het genot van een drankje.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">Reserveert u ook al vast zondag <strong>3</strong> oktober in uw agenda voor ons lustrumfeest, met een programma met Margriet de Moor en na afloop een receptie. Het programma begint dan om 14.00 uur.</p>
<p class="MsoNormal">
<p class="MsoNormal">Namens het bestuur,</p>
<p class="MsoNormal">Frens Westenbrink<span> </span></p>
<p class="MsoNormal">Secretaris Deventer Literair<span> </span></p>
<p class="MsoNormal"><span style="color: blue;"><a href="mailto:f.westenbrink@home.nl">f.westenbrink@home.nl</a></span>, telefoon: 0570-671143</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deventerliterair.nl/?feed=rss2&amp;p=634</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Massa en onmacht</title>
		<link>http://www.deventerliterair.nl/?p=627</link>
		<comments>http://www.deventerliterair.nl/?p=627#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 01 Aug 2010 12:07:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Marja Kroef</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Snippers (Jos Paardekooper)]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deventerliterair.nl/?p=627</guid>
		<description><![CDATA[Vorige week was ik in Duitsland, niet om deel te nemen aan een parade, maar om met een goede vriend een paar sprookjesachtige Grimm-locaties te bezoeken. Dat was niet zo heel ver van Duisburg, maar dat maakte natuurlijk niet uit: het nieuws dringt overal in alle poriën van de samenleving door. Vanaf de krantenpagina’s en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Vorige week was ik in Duitsland, niet om deel te nemen aan een parade, maar om met een goede vriend een paar sprookjesachtige Grimm-locaties te bezoeken. Dat was niet zo heel ver van Duisburg, maar dat maakte natuurlijk niet uit: het nieuws dringt overal in alle poriën van de samenleving door. Vanaf de krantenpagina’s en het televisiescherm was dus de bovenburgemeester van Duisburg alom aanwezig, voortdurend in de weer om iedere verantwoordelijkheid voor de doden en gewonden van de <em>Love parade</em> van zich af te schudden. Of er in het Duitse ambtelijke bestel een onderburgemeester bestaat, die misschien ook enige verantwoordelijkheid draagt, is me al die dagen niet duidelijk geworden, maar dat maakt evenmin veel uit. Want als er uit de berichtgeving iets duidelijk naar voren kwam, dan wel dit: dat ‘uiteraard’ niemand deze gebeurtenissen had kunnen voorzien, en dat dus ook ‘eigenlijk’ niemand verantwoordelijk gehouden kon worden. Dat de verschillende instanties ongetwijfeld wél hun verantwoordelijkheden hadden geëtaleerd wanneer dit dansfestijn een klinkend succes was geworden: dat valt niet te bewijzen, maar ik heb zo mijn vermoedens.</p>
<p><span id="more-627"></span><br />
Intussen zat ons vakantieweekje erop, en bij het afrekenen in het hotel glommen de hetzerige krantenkoppen van de Duitse boulevardpers me als BP-olie tegemoet. ‘Jetzt schon 21 Tote!’, kopte Bild verlekkerd. Vrij vertaald: dat aantal moet de komende weken, met nog een dikke vijfhonderd gewonden in reserve, toch nog verder kunnen klimmen.<br />
Weer terug in het vaderland bladerde ik door de kranten die ik een paar dagen had gemist. In een berichtje in de NRC werd gemeld dat de werkelijke aantallen van de verschillende <em>Love parades</em> veel lager waren dan al die jaren door organisaties en stadsbesturen waren opgegeven. Geen 1,2 miljoen dit jaar in Duisburg, maar volgens berekeningen van de politie twee-, hooguit driehonderdduizend. Ook in eerdere jaren waren er geen miljoenen liefhebbers komen opdagen, maar ging het in werkelijkheid om hoogstens enkele honderdduizenden. Vanwaar dat enorme verschil? Dat blijkt een kwestie van prestige te zijn: elk jaar willen al die bovenburgemeesters en lokale organisatoren dat hun stad nog weer meer bezoekers heeft weten te trekken dan hun collega’s (lees: stumpers) in die concurrerende steden van de voorafgaande jaren. Het gaat in onze cultuur immers niet om kwaliteit, maar louter om kwantiteit. <em>Meer, nog meer, en morgen nog weer meer.<br />
</em>Mijn oog was intussen gevallen op een dikke pil in mijn boekenkast. ‘Massa en macht’ heet die pil, en de schrijver is Elias Canetti. Ik had hem, volgens een paar aantekeningen in het boek, in november 1979 uitgelezen, en eerlijk gezegd: ik herinnerde me er niets meer van. Maar al na een bladzijde of dertig staan daar een viertal interessante kenmerken van ‘de massa’. De massa wil altijd groeien. Binnen de massa heerst gelijkheid. De massa streeft naar dichtheid. En: de massa heeft een richting nodig. Daar valt natuurlijk nog wel wat aan uit te leggen, en dat doet Canetti ook. Weliswaar in een niet altijd even aanlokkelijke stijl, maar daar gaat het nu even niet om. Over die ‘gelijkheid’ binnen een massa noteert hij bijvoorbeeld dat die in onze cultuur onbetwistbaar is: sinds de Franse revolutie zijn we allemaal gelijk, en als we het niet zijn, willen we het in ieder geval worden. Totdat er paniek uitbreekt. Dan zijn al die afzonderlijke leden van die massa ineens niet meer gelijk. Dan wordt iedereen ineens een individu, en de rest van de massa z’n aardsvijand. Dat klinkt als een open deur, maar dat is het niet. Want zo gaat dat in een democratie, maar bijvoorbeeld niet in massabijeenkomsten in de nazitijd. Een kwestie van organiseren en van mentaliteit.<br />
Maar wie, die uit eigen vrije wil (of uit groepsdwang?) in een vrije wereld aan dit soort festijnen meedoet, realiseert zich dat gevaar? Je zou denken: de burgemeester. Die heeft misschien in zijn studietijd wel eens een boek gelezen, of hij kent zijn geschiedenis, en herinnert zich de talrijke onaangename aflopen van eerdere massafestijnen. Maar ach, dat is ook al weer zo lang geleden. En bovendien wil hij beter uit de bus komen dan die sukkels van verleden jaar. Al weet hij stiekem ook wel dat die er al een miljoen naast zaten.</p>
<p>1 aug. 2010</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deventerliterair.nl/?feed=rss2&amp;p=627</wfw:commentRss>
		</item>
	</channel>
</rss>
