|
Voordat het kersverse kabinet Wilders-I aan interne ruzies over het Zweedse paspoort van een van zijn staatssecretaresses ten onder is (dat het zo snel al mis zou gaan, had ik toch in mijn stoutste dromen niet durven hopen), snel maar even een liedje. Daarbij heb ik nogal schaamteloos leentjebuur gespeeld bij een van de productiefste tekstschrijvers die ons land in de vorige eeuw heeft gekend, Jacques van Tol. Hij was de man van ‘Ik breng m’n weekend door met jou in Scheveningen’, ‘De voetbalmatch’, ‘De olieman’, en vele, vele andere liedjes met een onnavolgbare mengeling van sjiek en alledaags. Dankzij de vertolkingen van Louis Davids kunnen we ze nog altijd horen.
Onnavolgbaar – dus ik heb niet de illusie dat ik het origineel kan benaderen laat staan evenaren. Maar bij een crisis hoort een crisislied, en aangezien ook nu weer de gewone man het gelag gaat betalen… Enfin, hier is mijn aangepaste versie van Jacques van Tols meesterwerkje: ‘De kleine man’. U mag zelf in de badkamer meezingen.
D’r wordt in ons kleine landje veel bedisseld en gesmoesd De hoge heren zitten vol met toekomstplannen In vergaderingen wordt wat afgelispeld en gepusht Dus wat rijpt er in die Haagse broekemannen? Muziek maak je maar thuis, bij een biertje voor de buis, en wie krijgt weer het stempel opgedrukt van ‘links gespuis’?
Dat is de kleine man, die kleine burgerman Zo’n doodgewone man met een confectiepakkie an Die dankzij Halbe Zijlstra niet meer naar de schouwburg kan Zo’n hongerlijer zenuwlijer van een kleine man.
Het is crisis, en rondom ons valt de een na de andere bank Je zou haast zeggen: het is Scheringa en inslag En dus krijgt de kleine spaarder zoals altijd stank voor dank Ken-ie fluiten naar de duiten die die inlag. Maar wil-ie naar het Rijks, want daar is veel bekijks, Wie heet er dan een rooie rakker, en meer soortgelijks?
Dat is de kleine man, die kleine burgerman Zo’n doodgewone man met een Van Puttenpakkie an Die strakkies dankzij Rutte niet meer naar ’t museum kan Zo’n hongerlijer zenuwlijer van een kleine man.
Jan Modaal heb van de week een nieuwe leesbril aangeschaft Hij kreeg steeds meer moeite met de kleine letters. Wou-die op kantoor een boekkie lezen, werd-ie afgeblaft Want nou hoort-ie bij de culturele ketters. Ook lezen is verdacht, wie had dat nou verwacht, Al woont-ie in een Vinexhuissie en niet an een gracht?
Dat is de kleine man, die kleine burgerman Zo’n doodgewone man met een Piet Zoomerspakkie an Die strakkies dankzij Wilders niet bij Praamstra binnen kan Zo’n hongerlijer zenuwlijer van een kleine man.<
Nog een jaar of tien dan benne we gewoon weer terug bij AF Net as apen in de bomen met bananen Of we varen in een holle boom de Rijn en IJssel af Enkel originele inlandse Germanen Dan kijken we naar mekaar, en denken hé wat raar, Hoe komen al die mannen aan dat gekke blonde haar?
(parlando) Ja, dat zou ’k eigenlijk niet weten…< Maar ik mot er eerlijk gezegd ook niet an denken. .... Zo’n hongerlijer zenuwlijer van een kleine man.
|