| Doffers en griffioenen |
|
|
|
|
Onze nieuwe staatssecretaris voor cultuur heet Halbe Zijlstra, geboren en getogen in Oosterwolde. Met zijn 41 jaar is hij in het eerste Kabinet-Wilders zowat de enige van ná de Mammoetwet, en dat heeft zijn sporen nagelaten, zoals we verderop zullen merken. Hij behoort in ieder geval tot de allerjongsten in dit kakelverse kabinet, dat verder voornamelijk uit éminences grises bestaat. Wijze uilen, en een enkel uilskuiken. Nu ja, íemand moet toch de jongste zijn. Maar dat je je daarbij, nota bene als VVD’er, op het gebied van algemene ontwikkeling en smaak open en bloot profileert als een nobody, dat is een nieuwe trend. Blijkbaar heeft de jongeheer Zijlstra zich destijds aangemeld vanwege die eerste V voor ‘Volkspartij’, die tot nu toe in de VVD net zo misplaatst was als die laatste V voor ‘Vrijheid’ in de PVV. Maar nu cultuur een linkse hobby is gaan heten, mag het geen wonder zijn dat de partij van het driedelig costume en fijne cigaren zich op zijn nieuwbakken volkskarakter gaat toeleggen. Uit de kranten begrijp ik dat de heer Zijlstra (‘zeg maar gewoon Halbe hoor’), pardon, dat Halbe zijn grootste prestatie op cultureel gebied in die veertig bruisende Oosterwoldse jaren het secretariaat was van de postduivenvereniging De Griffioen. Het geheimschrijverschap heeft hem dus altijd al getrokken. Men fluistert dat hij ook juist vanwege deze kwalificatie op zijn nieuwe post is benoemd, meer dan op grond van zijn tot nu toe al te latente verworvenheden op het vlak van de Europese beschaving. Des te opmerkelijker daar hij zich er wel op laat voorstaan in Frits Bolkestein, bij uitstek onze lezende politicus, zijn grote politieke voorbeeld te zien. Over de culturele spilfunctie van postduiven in onze samenleving is het laatste woord intussen nog niet gezegd. Zeker nu het telegram, de brief en de postbode tot het verleden behoren, kan het postduivenwezen een grote vlucht nemen. Opmerkelijk is natuurlijk wel de naam van die Oosterwoldse duivenclub. Elk meent zijn uil een valk te zijn, maar wie zijn doffers voor griffioenen houdt, lijdt ofwel aan grootheidswaanzin, of die is bij het lezen van een luchtig artikel in Readers Digest over ‘symboliek in de wereld van onze gevederde vrienden’ een beetje het spoor bijster geraakt. Dat zou bij us Halbe ook wel eens het geval kunnen zijn. Op muzikaal gebied reikt zijn vleugelslag tot de metal-band Metallica, en op het terrein van de literatuur (zeg maar ‘het lezen’) zijn z’n grote favorieten Tom Clancy, Robert Ludlum en Dan Brown. Dat alles onder het motto ‘ik hou niet van zware kost, want dat krijg ik al genoeg op mijn bordje met mijn politieke dossiers.’ Dat valt te billijken. Bij een lichtgewicht hoort nu eenmaal lichte kost. Zoals Metallica. Intussen zijn die griffioenen, die men in zo groten getale boven Oosterwolde kan waarnemen, net als staatssecretarissen bovenmenselijke wezens. Half leeuw half adelaar, waarbij niet altijd duidelijk is of die gespletenheid nu gezien moet worden als een dubbele kracht of juist als geen-vlees-geen-vis. Steden en universiteiten dragen de griffioen in hun wapen, maar tegelijk kreeg hij een weinig sympathieke rol in Gerrit Komrij’s dichtbundel ‘Fabeldieren’. Daar verschijnt de griffioen als een verwoestend monster, een koekhappend roofdier met bebloede snavel, die een kersvers salonameublement fabelhaft te lijf gaat. Welaan. De nieuwe staatssecretaris wordt nu nog welwillend ‘een onbeschreven blad’ genoemd op het gebied van hoger onderwijs, van cultureel erfgoed, lerarenbeleid, wetenschap en kennis, en van ‘een leven lang leren’. Kortom: de inhoud van zijn eigen portefeuille. Of deze op cultureel gebied vreemde vogel een hoogvlieger zal blijken te zijn of een dooie mus, we wachten maar af. Wat dat ‘leven lang leren’ betreft heeft hij in ieder geval al een lichte achterstand van ongeveer vier decennia. Maar een loopbaan heeft in onze tijd veel van een renbaan, dus wie weet haalt hij ons nog in.
17 oktober 2010 |


