Waarom PDF Afdrukken E-mailadres

Hij kan zomaar ineens opduiken, de waarom-vraag. Hij overviel me, toeval of niet, zowel aan het begin als aan het eind van mijn zomervakantie. Het begon op een terras in een lieflijk Duits plaatsje waarvan ik de naam al weer ben vergeten, het was in ieder geval in de buurt van Kassel, beroemd van de Dokumenta-tentoonstellingen. Maar die waren er dit jaar niet, en dan valt er in Kassel zelf niet zo heel veel te beleven. Vooral niet als dan ook nog eens vrijwel alle musea gesloten zijn, zelfs al stond er op de onderscheiden voordeuren aangegeven dat ze wel degelijk geopend waren.

Natuurlijk schiet er dan ‘waarom?’ door je heen, maar dat was niet de situatie die ik nu bedoel. Die kwam pas in dat lieflijke plaatsje, dat trouwens Münden heet, nu herinner ik het me ineens weer. De plaats schijnt al eeuwen beroemd te zijn vanwege de wonderbare gaven van een zeventiende-eeuwse chirurgijn, een zekere dokter Eisenbart, die in de loop der eeuwen mythische vormen hebben aangenomen. Maar we bevinden ons dan ook middenin het gebied waar de gebroeders Grimm hun beroemde sprookjes hebben opgetekend. Zo goed als alle kwalen kon dokter Eisenbart verhelpen: de lammen kon hij weer laten zien, de doven kwamen kwiek wandelend weer uit zijn behandelkamer, en de blinden bleken warempel ineens weer te kunnen horen. Een voorloper van dokter Vogel dus. Nu wordt hij vooral geraadpleegd door de toeristen, die hij in het hoogseizoen een paar keer per dag in een speciaal kamertje in het stadhuis ontvangt.
Zoals veel stadjes en dorpjes in de omgeving van Kassel staat Münden stikvol vakwerkhuizen, en in tegenstelling tot Kassel zelf lijken al deze plaatsjes geheel ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog te zijn gerold, althans wat architectuur betreft. Het was aangenaam weer, er heerste een gemoedelijke drukte, Deventer op een zomerse zaterdag tijdens een brocante-markt, zoiets. Mijn reisgenoot en ik waren op het stadsplein, recht tegenover het renaissance-Rathaus neergestreken, waar later die dag dokter Eisenbart consult zou houden. Om ons heen allerlei kraampjes waar kersen verkocht werden, want ook daarom staat Münden bekend. Naast ons streek een ouder echtpaar neer, waarvan de vrouw gezegend was met een gezicht dat door de jaren heen geplooid was door grimmigheid. Misschien waren haar in haar jeugd wel teveel kwade sprookjes voorgelezen. Ze tuurde langdurig misprijzend op de spijskaart, en bestelde iets waarvan zelfs ik kon voorspellen dat dat in ieder geval niet in deze Konditorei verkrijgbaar zou zijn, ik weet niet meer wat, maar het was opgelegd pandoer, zogezegd. ‘Dat hebben we helaas niet’, verontschuldigde de serveerster zich, en toen kwam die vraag. ‘Warum nicht?’ Uiteindelijk bestelde ze dan maar een kop koffie. Haar man had wel trekken van de hulpeloze echtgenoot van Hyacinth Bucket uit Keeping up appearance. Om ons heen zag je mensen aan andere tafeltjes denken: ‘Hoe lang nog?’

Het contrast kan niet groter zijn, maar toch moest ik de afgelopen week geregeld aan die verongelijkte kop terugdenken. Daar begint alle ellende, leek het. Gisterenavond voltooide ik de lezing van ‘een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog’, zoals de titel bescheiden luidt. De auteur is Koen Koch, die zich, gezien eerdere boeken over de slagvelden aan de Somme en rondom Ieper tot een specialist op het gebied van de Eerste Wereldoorlog aan het ontwikkelen is. Ik dacht al aardig thuis te zijn in deze materie, maar werd op bijna iedere bladzijde toch weer overrompeld door alle arrogantie, incompetentie, halsstarrigheid, grootheidswaan, moedwil en misverstanden van de politieke en militaire leiders, en tussen deze machthebbers onderling. Geen oorlog ontstaat bij toeval, zelfs niet uit noodzaak - de aanleiding ligt altijd bij mensen, en wel bij de leiders. Maar scherper dan ooit tevoren wordt de lezer gewaar dat een oorlogsmachine die eenmaal in gang is gezet, niet meer is te stoppen, niet alleen omdat dat een eigenschap van machines is, maar ook omdat anders de waarom-vraag opdoemt. Het is, hoewel de schaal waarop er met met mensenlevens gesmeten wordt in de afgelopen eeuw aanzienlijk is verminderd, nog altijd diezelfde vraag: Irak, Afganistan, van ophouden kan geen sprake zijn, want dan zouden alle slachtoffers die er de afgelopen decennia zijn gevallen ‘voor niets’ zijn geweest. En dus gaan we door, met nog meer rampspoed en weer meer reden om daarna weer door te gaan. Op het ‘waarom’ van die waanzin bestaat geen antwoord, alleen maar de vraag. Koch kon zijn boek dan ook niet treffender eindigen dan met de slotregels van het befaamde gedicht van Thomas Hardy, ‘And there was a great calm’. Hier komen ze:

Calm fell. From Heaven distilled a clemency;
There was peace on earth, and silence in the sky;
Some could, some could not, shake off misery:
The Sinister Spirit sneered: ‘It had to be!’
And again the Spirit of Pity whispered, ‘Why?’

22 aug. 2010

 

Zoeken

Uw mening

Naar welke bijeenkomst in 2012 kijkt (of keek) u het meest uit?
 

Wie is er op bezoek?

We hebben 2 gasten online

Volg ons