De Schopenhauerkuur PDF Afdrukken E-mailadres

In mijn leesclub bespreken we binnenkort een merkwaardig boek. Het heet The Schopenhauer Cure, netjes vertaald als De Schopenhauerkuur, en het is geschreven door een zekere Irvin D. Yalom. Hij schijnt zowat de beroemdste Amerikaanse psychiater te zijn, en een autoriteit op het gebied van groepstherapie. Zowel op de Amerikaanse als de Nederlandse flap van de uitgaven die ik heb gelezen kijkt een kalende man met een modieus ringbaardje met toegeknepen ogen in de camera. Iemand bij wie ik op grond van die foto in ieder geval niet op de koffie zou willen, laat staan in therapie. Zat ik niet in die leesclub, dan zou ik het boek op grond van die foto misschien wel nooit zijn gaan lezen.
Maar wie weet, dacht ik toen ik eraan begon, soms is een million seller toch nog een interessant boek, en Schopenhauer maakt misschien een hoop goed. Het boek bleek in ieder geval te lezen ‘als een trein’ - een cliché dat in het boek zelf niet zou misstaan. Er komt af en toe een moeilijk woord in voor, maar dan is er altijd wel een romanpersonage dat ons dat meteen even wil verklaren. Als iemand bijvoorbeeld de begrippen ‘myeloom’ en ‘melanoom’ verwart, springt er meteen een ander in: ‘Myeloom is een vorm van botkanker, en melanoom is een vorm van huidkanker; denk aan melanine, pigment, verkleuring van de huid.’ Altijd handig als er een schoolmeester in een boek rondloopt.
De hoofdpersoon is ene Julius Hertzfeld, een psychiater die te horen krijgt dat hij nog maar een jaar te leven heeft. En ja hoor, dan komt de vraag: hoe vul je dat resterende jaar in? Julius doet dat zó: hij gaat op zoek naar een paar oud-patiënten, die een mislukte therapie achter de rug hebben, en in wier verdere levensloop hij nu hevig geïnteresseerd is. Kennelijk wil hij op het eind nog een en ander proberen goed te maken. De eerste is al meteen raak: een zekere Philip, onze schoolmeester van zojuist, in zijn vrije tijd seksverslaafd en een kouwe kikker, zo goed als contactgestoord, maar die tot opperste verbazing van Julius intussen zelf een psychotherapeutische praktijk heeft opgezet. Zijn communicatie verloopt grotendeels met behulp van citaten uit het oeuvre van Schopenhauer. Dokter Julius introduceert deze ex-patiënt in een van zijn therapiegroepen - wat me al een misser van de bovenste plank lijkt, gezien ‘s mans levenshouding -, maar tot overmaat van ramp blijkt daarin een van Philips voormalige one night stands te zitten. De conflictstof ligt dus voor het oprapen, en Irvin Yalom kan de lezer op deze nogal doorzichtige manier een staalkaart van zijn therapeutische hoogstandjes laten zien.
Maar Yalom heeft er om wat voor reden dan ook geen pure roman van willen maken. Het boek is ook een soort biografie van Schopenhauer, doordat de hoofdstukken van de gesprekken in de therapiegroep worden afgewisseld met essayachtige passages over het leven van de Duitse filosoof. Aanvankelijk lijkt dat zo ongeveer de redding van het boek te zijn: tegen citaten van Schopenhauer is vrijwel geen hedendaags schrijver opgewassen, en zeker Yalom niet; maar op den duur vraag je jezelf vooral af wat de functie van die tussenliggende essaytjes is. Eerder schreef Yalom al een boek onder de titel When Nietzsche wept (vertaald als Nietzsches tranen), en hij lijkt hier een nieuw soort ‘filosofische roman’ te willen creëren: spannend verhaal en tegelijk interessante informatie over een bekende filosoof. Twee halen één betalen, zoiets. Maar of het iets toevoegt aan het eigenlijke verhaal, betwijfel ik. Ik heb eerder de indruk dat Yalom zich dit keer heeft verslikt, want gaandeweg vernemen we niets meer van het terminale proces waarin de hoofdpersoon annex therapieleider verwikkeld is. Dat zou ook voor problemen in de groep hebben gezorgd, want de deelnemers komen voor hun eigen sores, en niet voor die van de psychiater. Dat deze helemaal aan het eind van het boek dan toch nog plotseling overlijdt, komt eerder als een breuk in het verhaal dan als de inlossing van een belofte.

Behalve die tussenliggende biografietjes uit het leven van Schopenhauer hebben alle hoofdstukken een kort citaat uit het leven van deze superieure brombot meegekregen. ‘Wanneer ik mijn geheim verzwijg, is dat geheim mijn gevangene. Als ik mijn mond voorbijpraat, ben ik zijn gevangene. Aan de boom der zwijgzaamheid hangen de vruchten van vrede.’ Dat werk. Allemaal niet onaardig, maar met de inhoud van het eigenlijke verhaal hebben die citaten meestal ook maar heel weinig van doen. Wie zich graag onderdompelt in de aforismen van Schopenhauer, kan beter rechtstreeks diens werk gaan lezen. En wie zich wil ergeren aan gepsychologiseer maar nu eens niet van dr. Phil, die kan sinds kort terecht bij dr. Yalom. Zijn boeken zijn in ieder geval een stuk goedkoper dan zijn sessies, waarvan men de prijzen op internet kan vinden. Maar met bellettrie heeft het allemaal niet veel te maken.

 

25 juli 2010

 

Zoeken

Uw mening

Naar welke bijeenkomst in 2012 kijkt (of keek) u het meest uit?
 

Wie is er op bezoek?

We hebben 3 gasten online

Volg ons